
De naam van deze verbindingsplek verwijst met een beetje zelfspot en ironie naar het ‘zwartekousengeloof’. Het is ook wel een algemeen bekende term voor de bevindelijk gereformeerde geloofsbeleving in Nederland.
Afgezaktezwartekousen is een verbindingsplek voor mensen die afscheid hebben genomen van hun reformatorische wortels. Er worden verschillende activiteiten georganiseerd rondom de thema’s zingeving en identiteit.
Wij, Cobie (41) en Joanne (34), zijn de initiatiefnemers van deze verbindingsplek. Beiden hebben we ervaring met het loskomen van onze orthodox-gereformeerde wortels. Daarnaast zijn we allebei hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg met uitgebreide en langdurige ervaring. Dit resulteerde in iets wat we al heel lang wilden: een plek waar je terecht kunt met vragen en gesprekken rondom zingeving, identiteit en zelfacceptatie na afscheid van reformatorische wortels.

Ik ben Joanne en samen met Cobie initiatiefnemer van de verbindingsplek afgezaktezwartekousen.nl.
Zo’n tien jaar geleden nam ik afscheid van mijn reformatorische achtergrond. Voor mij betekende dit zowel pijn en afwijzing als een zoektocht naar boeiende en bevrijdende narratieven over de wereld en mezelf.
Een ontdekkingstocht die nooit is gestopt, met altijd weer terugkerende vragen als: waar hoor ik bij, welke taal spreek ik, loyaliteit versus eigen keuze, wat geeft het leven waarde, wie mag ik zijn. Die vragen omarm ik, omdat het leven voor mij niet draait om vaste antwoorden, maar om zoeken, vragen stellen en altijd onderweg zijn.
Twaalf jaar geleden begon mijn loopbaan als psychiatrisch verpleegkundige binnen de ggz, waarvan sinds vijf jaar als Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige. In het kort is dat: de cliënt helpem met leren omgaan met psychische klachten en zoeken naar een betekenisvol leven. Ik werk hierbij graag vanuit de ACT (Acceptance & Commitment Therapy) omdat hierin de hokjes en vakjes van de psychiatrie grotendeels wegvallen. Tegelijkertijd legt deze benadering de nadruk op leren-leven-met, zelfcompassie en het (weer) integreren van waarden in het leven.
Buiten mijn werk houd ik me graag bezig met post-religieuze perspectieven op zingeving. Tijdens mijn studie filosofie – en daarna – ben ik steeds meer geïnteresseerd geraakt in de relatie tussen filosofie, religie en psychologie. In Cobie vond ik een geweldige vriendin en gesprekspartner met wie ik deze thema’s kon delen. Zo ontstond na twee jaar brainstormen uiteindelijk het initiatief voor deze website en verbindingsplek!
Ik groeide op in een orthodox-gereformeerde omgeving, maar wel midden in een veelkleurige volkswijk. Van jongs af aan kwam ik daardoor in aanraking met mensen uit allerlei culturen en achtergronden. Die veelkleurigheid heeft mij gevormd en mijn natuurlijke nieuwsgierigheid aangewakkerd. Al vroeg ontdekte ik dat er talloze manieren zijn om naar de wereld te kijken.
Hoewel ik ben opgegroeid in een gereformeerde omgeving, zie ik dit vooral als een belangrijk onderdeel van mijn verhaal, niet als een overtuiging die nu bij mij past. Het is een hoofdstuk dat mij mede heeft gevormd. Uit die tijd neem ik mee wat voor mij waardevol is gebleken: liefde voor muziek, mooie woorden en oog voor de ander.
Professioneel heb ik altijd een bijzondere aandacht gehad voor mensen met psychische klachten. Binnen de ggz heb ik op verschillende plekken gewerkt en inmiddels werk ik al een aantal jaar met veel plezier als Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige met jongvolwassenen – een groep die vaak midden in de eigen zoektocht naar identiteit en richting staat. Hun vragen en worstelingen herken ik op een andere manier, en het blijft me raken hoe complex én waardevol dat proces is.
Ook de ACT-benadering spreekt mij het meest aan. Deze richt zich niet op stoornissen, diagnoses of tekortkomingen, maar op wat er werkelijk toe doet in iemands leven. ACT stelt de vraag: wat is belangrijk voor jou – en hoe kunnen we dáár naartoe bewegen, met alles wat het leven aan uitdagingen én kansen meebrengt? Dat sluit naadloos aan bij mijn eigen levensweg, en ik merk dat ik steeds meer leef vanuit wat voor mij waardevol en passend is.
Samen met Joanne ontstond het idee voor deze verbindingsplek: een ruimte voor mensen die tussen werelden, systemen of overtuigingen in bewegen. Een plek waar verhalen gedeeld mogen worden zonder goed of fout, waar nieuwe taal kan ontstaan, en waar je niet hoeft te bewijzen dat je ergens bij hoort om welkom te zijn.

Om de impact van kerkverlating te begrijpen, is het belangrijk om te weten wat het betekent om reformatorisch te zijn.

Kort samengevat slaat dit begrip op de Reformatie, een religieuze hervoming die zich voltrok in de zestiende eeuw. De bekende reformatoren Maarten Luther en Johannes Calvijn wilden de katholieke kerk van de zestiende eeuw hervormen, onder meer doordat ze het oneens waren met de aflaathandel. In die tijd verkocht de katholieke kerk certificaten (aflaten) waarmee mensen hun zonden afkochten. Dit resulteerde uiteindelijk in een kerkscheuring die vandaag de dag nog steeds zichtbaar is: de katholieke kerk en de protestantse kerk.
De protestantse kerk liet zich leiden door het calvinisme en daarbij behorende uitgangspunten. De reformatorische kerken van nu grijpen hier nog steeds op terug en baseren hun leer en leven op de reformatoren van de zestiende eeuw. Hierbij is het overigens goed om te weten dat de reformatorische zuil zelf pas vanaf de negentiende concrete vormen aannam.

Het calvinisme ziet haar theologische basis in het Woord van God (de Bijbel). De Bijbel heeft een op zichzelf staand gezag en wordt gezien als een onfeilbaar boek dat geschreven is door mensen die werden geïnspireerd door de Heilige Geest. Volgens ditzelfde calvinisme is elk mens (vanwege de val in het paradijs) zondig. Om van deze zonde verlost te worden is er redding nodig. Deze redding is volbracht door de Zoon van God zelf: Jezus Christus. Hij kwam op aarde om te sterven voor de zonde.
In de prediking van de reformatorische kerken staat daarom de noodzaak van bekering tot God voorop. Daarom ligt er binnen de kerken ook een groot accent op de ware leer en op ‘bevinding’. Bevinding slaat op het doorvoelen van je zonde, ofwel je heel bewust worden van je zondige aard waardoor je tot het besef komt dat je verlossing nodig hebt. Hierbij komt ook de uitverkiezingsleer kijken, ook wel predestinatieleer genoemd. Deze leer houdt in dat God in zijn voorzienigheid van tevoren weet (of kiest) wie er wel of niet zalig wordt, ofwel verlost wordt van zijn zonden. Ook binnen de reformatorische kerken ligt deze leer gevoelig, omdat het sterk samenhangt met het idee van de vrije wil. Kun je ervoor kiezen om je te bekeren tot God of is dat iets dat alleen God in jou kan werken? In menig reformatorische kerk wordt dit genuanceerd. Er wordt bijvoorbeeld gepredikt dat je niet lijdzaam moet wachten tot God ingrijpt in je leven, maar dat je er zelf alles aan moet doen om door God gegrepen te worden. Je weet immers als mens niets van wat God besloten heeft aan wie hij wel en niet genade toekent.

Reformatorisch-zijn gaat echter meer dan alleen over de kerk. Het gaat over een hele levensvisie waarin geloof centraal staat. Daarom wordt ook wel gesproken over de reformatorische gezindte of reformatorische zuil als subgroep binnen onze samenleving. In Nederland zijn er ongeveer 300.000 mensen die behoren tot de reformatorische gezindte. De meesten van die mensen wonen in de zogenoemde biblebelt, een brede strook die loopt van Zeeland tot Overijssel. Hier vind je eveneens grote kerkgemeenschappen van onder andere de Gereformeerde Gemeenten of Gereformeerde Gemeenten in Nederland. En vaak vind je er ook reformatorische basis- en middelbare scholen. Alles is erop gericht om de eigen geloofsopvattingen en levensvisie weer door te geven aan de volgende generatie.

Zoals in veel kerken in Nederland zijn er veel mensen die de kerk verlaten. Toch leidt dit in reformatorische kerken niet altijd tot een krimp in het ledenaantal. Eenvoudigweg komt dit door het hoge geboortecijfer, waardoor de uitstroom van leden niet leidt tot een daadwerkelijke krimp. Daarnaast kennen reformatorische gemeenschappen een sterke sociale cohesie. Er is sprake van een collectieve identiteit met een gedeeld stel normen en waarden waarbij een sterk beroep wordt gedaan aan leden zich hieraan te conformeren. Dit biedt vervolgens ook veel houvast voor het beleven van de eigen individuele identiteit.
Wie de (reformatorische) gemeenschap vaarwel zegt, doorbreekt de collectieve identiteit. Vaak gebeurt dat niet op één dag, maar kan iemand zich gaandeweg niet meer vinden in het gods- en mensbeeld waar men van jong af in is ondergedompeld. Wie de reformatorische kerk uiteindelijk verlaat, neemt niet alleen afscheid van de kerk, maar ook van een sociaal vangnet en een gedeelde taal om het leven te duiden.
De impact daarvan is groot. Het gaat niet enkel om afscheid nemen van overtuigingen, maar ook van een leefwereld die tot in de vezels van het bestaan verweven was — met familie, vrienden, rituelen, waarden en zelfs het dagelijks ritme zoals gebed en bijbellezen.
Voor velen voelt dit als iets dubbels: bevrijding én verlies. Er ontstaat ruimte om zelf te denken, te voelen, en betekenis te geven buiten vaste dogma’s. Tegelijk kan er een diep gemis zijn aan geborgenheid, gemeenschap en duidelijke kaders. Schaamte, schuldgevoel en angst voor afwijzing liggen vaak op de loer — niet zelden gepaard met rouw om relaties die veranderen of breken. De identiteit komt onder spanning te staan. Waar men vroeger zekerheid vond in “wij geloven dit”, ontstaat nu een zoektocht naar “wat geloof ík nog?”.
Deze zoektocht kan intens existentieel zijn, vol verwarring maar ook groei. Voor sommigen opent het pad naar een eigen, meer authentieke spiritualiteit — voor anderen betekent het juist een periode van leegte en stilte, waarin nieuwe betekenissen langzaam vorm krijgen.
